Begijnhof Antwerpen
Het Begijnhof van Antwerpen is een uitzonderlijk historisch ensemble in de stad. Achter de toegang aan de Rodestraat ligt een besloten geheel van woningen, gekasseide paden, tuinmuren, een centrale tuin en de Sint-Catharinakerk. Eens door de poort verandert het ritme. De stad verdwijnt naar de achtergrond en maakt plaats voor een ruimtelijke luwte die al eeuwen deel uitmaakt van de plek.
De straatgevels onthullen weinig van het leven dat zich erachter afspeelt. Achter de sobere gevels liggen royale woningen met centrale gangen, houten spil- en slingertrappen, kleine koeren en zolders die vroeger als droogzolder werden gebruikt. Beglaasde tuinkamers vormen de overgang tussen woning en voortuin. Schouwen, tegelvloeren, plankenvloeren, schrijnwerk en trappen uit verschillende periodes maken de lange bewoningsgeschiedenis tastbaar.
Sinds de zestiende eeuw werd het Begijnhof voortdurend uitgebreid en aangepast. De oudste bewaarde woningen gaan terug tot de zeventiende eeuw, maar ook zij veranderden meermaals van vorm en inrichting. Langs ’t Straetken werden bestaande huizen aan de Ossenmarkt zelfs door de begijnen aangekocht en opgenomen in het Begijnhof, waarna doorheen hun voormalige tuinen een nieuwe doorgang werd aangelegd.
Ook binnenin zijn verschillende periodes naast elkaar leesbaar, in schouwen, tegelvloeren, plankenvloeren, schrijnwerk en trappen. Sommige woningen zijn bovendien opvallend royaal van schaal. Dat houdt verband met de welstand van de Antwerpse begijnenbeweging in de zeventiende en achttiende eeuw, toen toetreding voor vooraanstaande families ook een prestigieuze keuze kon zijn.
Restaureren betekent hier in de eerste plaats: lezen.
Lezen welke structuren essentieel zijn, welke elementen historische en ruimtelijke waarde dragen en waar een nieuwe ingreep nodig is om het geheel opnieuw duurzaam te laten functioneren. De bestaande gebouwen vormen daarbij steeds het uitgangspunt. Nieuwe functies worden zoveel mogelijk binnen de aanwezige volumes georganiseerd. Dakverdiepingen bieden ruimte aan bijkomende woongelegenheden, kelders worden ingezet als fietsenberging en de pastorie wordt aangepast voor de gemeenschap van Villers, waardoor andere gebouwen op de site opnieuw vrijkomen voor restauratie en hergebruik.
De architecturale ambitie ligt niet in het nadrukkelijk zichtbaar maken van een nieuwe laag, maar in de precisie van de ingreep. Bestaande onderdelen worden maximaal behouden en hersteld. Waar vervanging noodzakelijk is, sluiten materiaal, maatvoering en detaillering aan bij de logica en het karakter van het gebouw.
Ook hedendaagse eisen worden vanuit diezelfde houding geïntegreerd. Daken worden geïsoleerd, historisch schrijnwerk wordt gerecupereerd of naar bestaand model vernieuwd en verschillende platte daken krijgen een extensief groendak. Comfort en energieprestatie worden geen afzonderlijke toevoegingen, maar maken deel uit van een bredere zorg voor de lange levensduur van het erfgoed.
De restauratie van het Begijnhof gaat zo verder dan het behoud van historische elementen. Ze bewaakt de samenhang tussen architectuur, gebruik en plek.
Niet door het Begijnhof te fixeren in het verleden, maar door zijn historische kwaliteiten opnieuw betekenis te geven voor vandaag.
Zo wordt de restauratie geen breuk met zijn geschiedenis, maar een volgende, zorgvuldig afgewogen fase ervan.
publiek / collectief
Locatie: Antwerpen
Bouwheer: Foundation Apollo